• Handvat aanpak pestprotocol

    Doel van het document Handvat aanpak pestprotocol is de leid(st)er/train(st)er te helpen concreet invulling te geven aan zijn/haar belangrijke rol bij de aanpak van pesten. Dit document is een aanvulling op het pestprotocol van PVC Voetbal.

    De concrete invulling als handvat van het pestprotocol
    Beleid en regels leiden er op zichzelf niet toe dat ongewenst gedrag verdwijnt. Wel is het belangrijk om het procesverloop bij pestgedrag duidelijk te monitoren. Hier gaat immers veel tijd mee gemoeid en er zijn veel betrokkenen. De leid(st)er/train(st)er heeft hierin een zeer belangrijke rol. Hij/zij zal helder en duidelijk moeten maken dat onze vereniging dit ongewenste gedrag volstrekt niet accepteert. De leid(st)er/train(st)er biedt de gepeste speler in eerste instantie bescherming, spreekt ernstig met de pester en indien noodzakelijk zijn/haar ouders en richt zich vervolgens op de zwijgende middengroep en de meelopers. 

    A. De rolverdeling bij pesten
    Het specifieke van pesten is gelegen in het bedreigende en vooral systematische karakter ervan. De inzet van het pestgedrag is altijd macht door intimidatie. Bij dit echte pestgedrag zien we onderstaande rolverdeling altijd terug. 

    A1) De gepeste speler
    Sommige spelers hebben een grotere kans om te worden gepest dan anderen. Dat kan komen door uiterlijke kenmerken, maar heeft vaker te maken met vertoond gedrag, wijze waarop iemand gevoelens beleeft en de manier waarop hij of zij deze uit.

    Veel spelers die worden gepest hebben een beperkte weerbaarheid. Ze zijn niet in staat daadwerkelijk actie te ondernemen tegen de pestkoppen en stralen dat dan ook uit naar hun kwelgeesten. Vaak zijn ze angstig en onzeker in een groep en durven ze weinig of niets te zeggen, omdat ze bang zijn te worden uitgelachen. Het ondervonden pestgedrag versterkt deze angst en onzekerheid verder, waardoor de gepeste speler in een vicieuze cirkel komt waar hij of zij zonder hulp zeker niet uitkomt. Het kan ook voorkomen dat een speler wat onhandig is in sociale situaties, door een gebrek aan sociale vaardigheden, al dan niet in aanleg aanwezig. Gepeste spelers voelen zich vaak eenzaam en onveilig, hebben in hun omgeving geen vrienden om op terug te vallen en kunnen soms beter met volwassenen opschieten dan met hun leeftijdsgenoten.

    A2) De pesters
    Spelers die pesten zijn vaak juist fysiek wel de sterksten uit de groep. Ze kunnen zich permitteren om zich agressiever op te stellen en ze reageren dan ook met dreiging van (de indirecte inzet van) geweld. Pesters lijken populair te zijn in een team, maar ze dwingen hun populariteit in de groep af door te laten zien hoe sterk ze zijn en wat ze allemaal durven. Met het vertoonde pestgedrag gaat ze dat gemakkelijk af. Vaak krijgen ze hierbij ook andere spelers mee. 

    Pesters hebben ook feilloos in de gaten welke spelers gemakkelijk zijn te pesten en als ze zich al vergissen, gaan ze direct op zoek naar een volgend slachtoffer. De zwijgende meerderheid en potentiële meelopers krijgen een keuze die onuitgesproken wordt opgelegd en die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: je bent voor of tegen me. Hiervan gaat een grote dreiging uit naar de gezamenlijke omgeving van de pester en de gepeste. Alles is immers beter dan door de “machtige pester” zelf te worden gepest. De pesters stralen juist deze dreigende zekerheid met verve uit. Ze overtreden bewust regels en hebben vaak vaardigheden ontwikkeld om met hun daden weg te komen. Het profiel van de pester is sterk zelf-bevestigend; hij/zij ziet zichzelf als een slimme durfal die de dommerds de loef afsteekt en ze dat ook bij herhaling laat merken. De pester heeft een houding die zegt: “Wie maakt mij wat?”

    Het komt ook regelmatig voor dat een pestkop een speler is die in een andere situatie zelf slachtoffer is of was. Om te voorkomen weer het mikpunt van pesten te worden, kan een speler zich in een andere omgeving dan die van zijn slachtofferrol vervolgens als pester gaan opstellen en manifesteren. “Laten pesten doet pesten”.

    Een succesvolle pester leert niet om zijn agressie op een andere manier te uiten dan door het ongewenste pestgedrag te vertonen. Pesters maken een abnormale sociale ontwikkeling door met alle gevolgen van dien voor de pester zelf. 

    A3) De meelopers en de andere spelers
    De meeste spelers zijn niet direct betrokken bij pesten in de direct actieve rol van pester. Sommige spelers behouden enige afstand en andere spelers doen incidenteel mee. Dit zijn de zogenaamde “meelopers”. Er zijn ook spelers die niet merken dat er wordt gepest, en spelers die niet willen weten dat er in hun directe omgeving wordt gepest. Het specifieke kenmerk van een meeloper is de grote angst om zelf in de slachtofferrol te geraken. Maar het kan ook zijn dat meelopers stoer gedrag wel interessant vinden en denken daardoor in populariteit mee te liften met de pestende speler in kwestie.

    Het heeft absoluut zin om daadwerkelijk op te staan tegen pesten. Zodra andere spelers de gepeste speler te hulp komen of tegen de pesters zeggen dat ze moeten ophouden, kan de situatie aanzienlijk veranderen. Het pesten wordt dan al direct minder vanzelfsprekend en draagt bovendien grotere risico’s met zich mee. De situatie voor met name meelopers verandert door het ongewenste karakter van het vertoonde pestgedrag. Het wordt duidelijk dat het geen groepsnorm is om mee te gaan in het pestgedrag. Meelopers horen graag bij de grote groep en zijn niet bereid om grote risico’s te lopen waarvan ze de gevolgen niet kunnen overzien; dit in tegenstelling tot de ervaren pester.

    Spelers die pestgedrag signaleren en dit bij de leid(st)er/train(st)er aangeven, vervullen dus een belangrijke rol.

    A4) De ouders
    Wanneer spelers worden gepest, durven ze dit meestal niet aan hun ouders te vertellen. Ze kunnen bijvoorbeeld bang zijn dat hun ouders naar de pester gaan, het aan de leid(st)er/train(st)er vertellen en dat deze het verkeerd aanpakt of dat de pester er later weer op terugkomt. Ze zijn dan bang dat het alleen maar erger wordt. Ook schamen ze zich hier vaak voor. Soms denken ze dat ze het gedrag van de pester zelf hebben uitgelokt en het dus verdienen om te worden gepest. Ook de ouders kunnen een belangrijke rol spelen. Ouders van spelers die worden gepest die dit probleem met de club willen bespreken, zijn natuurlijk altijd emotioneel betrokken. De gevoelde onmacht bij deze ouders is sterk en is niet altijd een goede leidraad tot een rationeel handelen. De ouder wil maar een ding en dat is dat het pestgedrag ogenblikkelijk stopt.

    B. Te verwachten problemen bij de aanpak van pesten

    B1. Bij de gepeste speler
    Een gepeste speler schaamt zich vaak voor zijn gedrag; hij voldoet niet aan de normen die de omgeving graag ziet: een vrolijk en vaak onbezorgde speler die zelfstandig in staat is zijn boontjes te doppen. Pesten is een groot probleem voor spelers en zorgt ook voor een evenredig groot probleem bij de erkenning en de aanpak ervan. Veel gepeste spelers doen er dan uiteindelijk ook maar het zwijgen toe en vereenzamen. (En verlaten de voetbalclub uiteindelijk.) De angst wordt aanvankelijk nog groter als de ouders het pesten bespreekbaar maken, waardoor de gepeste speler zich mogelijk eens te meer met de gevolgen van het pesten ziet geconfronteerd. Als represaille kan er in nog heviger mate worden gepest dan daarvoor al het geval was.

    B2. Bij de pester
    De pester zelf ziet zich in zijn machtsspel bedreigd en dat moet ten koste van alles worden voorkomen. Pesters zijn zich er vaak van bewust dat hun gedrag zorgt voor een onveilige sfeer in het team. Daarbij geldt vaak het idee: “Aanval is de beste verdediging”. Want er is altijd een risico om zelf te worden gepest in een team waar er al langer sprake is van pestgedrag. Soms blijken de pesters echter net zo opgelucht bij een duidelijke aanpak als de degene die wordt gepest. Er gaat immers ook aandacht uit naar hun onmacht om normaal met andere spelers een relatie op te bouwen. Bij een aantal pesters is dat uiteindelijk ook hun wens, maar zijn ze helaas onmachtig om hun gedrag te veranderen doordat de juiste vaardigheden hiertoe ontbreken. 

    B3. In de directe speler-omgeving
    Daarnaast is het goed om te weten dat er altijd spelers zijn die zich schuldig voelen, omdat ze niet op kunnen komen voor degene die wordt gepest door actief te helpen of een volwassene te hulp roepen. Dit is vergelijkbaar met de situatie van iemand die verdrinkt terwijl er een grote menigte aanwezig is van wie niemand te hulp schiet.

    Ook zijn er altijd spelers die helemaal niet in de gaten hebben dat er in hun omgeving wordt gepest. Ze zien wel het een en ander gebeuren, maar kunnen de gebeurtenissen niet duiden als pestgedrag, waar gepeste spelers erg veel last van ondervinden. 

    B4. Bij de ouders
    Ouders van spelers hebben vaak moeite om hun kind terug te zien in de rol van meeloper of pester. Zij beschikken niet altijd over de juiste informatie en ook is er nauwelijks vergelijkingsmateriaal voor handen. Een pester op de voetbalclub hoeft zich in de thuissituatie bijvoorbeeld niet als pester te manifesteren.

    Sommige ouders zien ook de ernst van de situatie onvoldoende in. Zij leggen het pestgedrag van hun kind uit als weerbaar gedrag. Het gedrag van hun kind past echter niet bij een gezonde sociale ontwikkeling. Een kind kan wennen aan een machtspositie en dan niet meer goed inschatten wat wel en niet acceptabel is. De pester kan dan ook op andere terreinen grensoverschrijdend gedrag laten zien. Andere ouders zien er niets meer in dan wat onschuldige kwajongensstreken. De slogan: “Ach, iedereen is wel eens gepest, u toch ook?”, geeft de visie van deze ouders op dit gedrag aardig weer. Behalve de pester moeten dus ook vaak de ouders worden doordrongen van het ongewenste karakter van het vertoonde pestgedrag. Niet alleen voor de gepeste speler, maar voor alle betrokkenen.

    C1. Hulp aan de gepeste speler
    De begeleiding van de gepeste speler is van groot belang. De speler is vaak eenzaam en altijd slachtoffer en heeft recht op goede zorg vanuit de vereniging. Naast het voorkomen van nieuwe ongewenste ervaringen staat het verwerken van de ervaringen. Dit gebeurt vooral met gesprekken met de leid(st)er/train(st)er. Eventueel in samenwerking met de jeugdcommissie en de vertrouwenspersoon.

    C2. Hulp aan de pester
    Pesters zijn niet in staat om op een normale wijze met anderen om te gaan en hebben dus óók hulp nodig. Die hulp kan bestaan uit een gesprek vanuit het protocol waarin duidelijk wordt aangegeven welk gedrag niet acceptabel is. Dit gesprek moet het karakter hebben van een slechtnieuwsgesprek. Er wordt een schriftelijk verslag van gemaakt en een afspraak voor een vervolggesprek op termijn, ongeacht de ontwikkelingen en welke straf er volgt als het pestgedrag toch weer voorkomt. De begeleid(st)er kan ook aandacht besteden aan het aanleren van sociale vaardigheden. Bijvoorbeeld hoe je op een normale manier duidelijk maakt wat je wel en niet leuk vindt in de omgang met andere spelers.

    Als de pester zich goed aan de afspraken houdt, krijgt hij hiervoor altijd een compliment en kan hij met een schone lei verder. 

    C3. Hulp aan de zwijgende middengroep en meelopers
    De zwijgende middengroep is van cruciaal belang in de aanpak van het probleem. Als de groep eenmaal in beweging is gebracht, hebben de spelers die pesten veel minder te vertellen. Deze middengroep is eenvoudig te mobiliseren, niet alleen door de leid(st)er/train(st)er, maar ook door de ouders. Dit kan door hen deelgenoot te maken van de situatie en hen te vragen alert te reageren op pestgedrag. Als zij pestgedrag signaleren, kunnen zij de leid(st)er/train(st)er tijdig inlichten.

    C4. Hulp aan de ouders
    Voor de ouders van de gepeste speler is het van belang dat de club ernst maakt met de aanpak van het pesten. Met de ouders van de gepeste speler moet worden overlegd over de aanpak en de begeleiding van hun kind. De ouders van de pesters moeten absoluut op de hoogte zijn van wat er met hun kind gebeurt. Zij hebben er recht op te weten dat hun kind in sociaal opzicht bepaald zorgwekkend gedrag vertoont dat dringend verbetering behoeft.

    Ouders kunnen hun kinderen op het hart drukken dat zij het niet acceptabel vinden als spelers elkaar pesten. Dat als hun kind dit ziet, het zeker niet mee moet doen, maar hiertegen stelling moet nemen. En dat als hun kind ziet dat een speler wordt gepest, hij of zij dit altijd aan de ouders of aan de leid(st)er/train(st)er moet vertellen, en dat dit absoluut geen klikken is.