• ‘Klotescheids’ is geel!

    Nathalie Kazdal is sinds dit seizoen scheidsrechterscoördinator bij PVC. Onlangs bezocht ze een avondbijeenkomst van de scheidsrechtercursus van de KNVB, waar onder meer het uitschelden van arbiters ter sprake kwam. Ze schreef er een treffende blog over, die we hieronder graag met jullie delen.

    Door Nathalie Kazdal

    Laatst was ik bij een van de avondbijeenkomsten van de scheidsrechtercursus van de KNVB. Vier PVC-scheidsrechters doen mee, dus regelmatig haak ik uit interesse aan. Het is leuk om te zien dat een groep van ongeveer vijftien mensen bij het kijken naar wedstrijdfragmenten direct aanslaat bij het zien van ‘iets’. Ik zit dan nog geduldig te wachten op dat ‘iets’, wat ik zelfs na twee herhalingen niet zie. Het is mij allang duidelijk, ik ben geen scheidsrechtermateriaal.

    Toch beleef ik veel plezier aan mijn rol als scheidsrechterscoördinator. We hebben een enthousiast scheidsrechtersteam. Op zaterdag fluiten er vaak zo’n tien scheidsrechters. Over het algemeen kijk ik even bij alle wedstrijden. Laatst vroeg iemand: ‘Zit er een van jou bij?’ Ik antwoordde: ‘Ja, de scheids😉’. Maar waar kijk ik nou naar als niet-voetbalfan? Naar andere dingen die ik wel leuk en belangrijk vind, zoals sportiviteit, sfeer en mensen. Lijkt iedereen nog te weten dat we hier met z’n allen voor ons plezier staan, ook de scheidsrechter? Ontstaat er geen negatieve sfeer die het spel beïnvloedt? Kortom, is het nog een beetje ‘gezellig’ langs de lijn? Dat soort dingen dus.

    Ik had al waardering voor onze scheidsrechters, maar ik heb steeds meer door dat het echt een vak is! ‘Denk er niet te gemakkelijk over’, zei een ervaren scheidsrechter laatst tegen me. Ik dacht namelijk dat iemand die goed thuis is in voetbal (trainer, voetballer, coach, trouwe toeschouwer) ook best (hup uit de losse pols!) een wedstrijd kon fluiten. Als ik het commentaar op een scheidsrechter wel eens hoor, ben ik trouwens niet de enige die dat denkt. Dat dit niet automatisch zo is, weet ik inmiddels. Zeker niet op een heel veld, met assistent-scheidsrechters. De regels kennen is één ding. Overzicht over de wedstrijd houden en ze in een split second toepassen iets anders. Het vraagt oefening, zelfreflectie en ruimte om jezelf te ontwikkelen tot een goede scheidsrechter. En zelfs een goede scheidsrechter maakt wel eens een fout.

    Als je niets zinnigs te melden hebt, kun je beter je mond houden. Tijdens de cursus heb ik vooral geluisterd. Toch was er één onderdeel waarvan ik wel wat vond. De discussie ging over wat te doen als je wordt uitgescholden. Voor ‘klotescheids’ bijvoorbeeld. Dit hangt af van je grenzen. Bijna iedereen vond het een gele kaart. Eén scheidsrechter vond het rood en een ander zou in gesprek gaan met de schelder. Want, was zijn mening, het is respectloos en respect kun je verdienen door het gesprek aan te gaan. Begripvolle gedachte, maar wat mij betreft de omgekeerde wereld. Als basis hoort er respect te zijn. Niet alleen voor de scheidsrechter, maar ook voor medespelers, tegenstanders, coaches, trainers en publiek. Goed als een scheidsrechter na de wedstrijd de moeite neemt een gesprek aan te gaan, maar ‘klotescheids’ is gewoon geel!

    Foto: KNVB Media