• Michel Marree, Mister PVC: “Ik wil mensen net zo enthousiast voor de club maken als ik zelf ben”

    Hij is sinds 1970 lid van PVC. In dat jaar begon hij als zesjarig voetballertje bij de club, maar op zijn 23ste kwam zijn voetbalcarrière na een lange, slepende knieblessure ten einde. Zijn liefde voor PVC ging daarmee echter niet verloren en sindsdien heeft Michel Marree er ‘zo’n beetje alles gedaan wat maar mogelijk was’: van redacteur, trainer, leider, barkeeper, IT-man tot bestuursvoorzitter aan toe. Inmiddels heeft hij na bijna vijftien jaar de voorzittershamer neergelegd, maar hij is binnen de club nog steeds op tal van terreinen actief. We kunnen Michel Marree dus met een gerust hart Mister PVC noemen. “Ik wil mensen net zo enthousiast voor de club maken als ik zelf ben!” Een interview. 

    Door Enrico Versteegh 

    “Zes jaar was ik en vergroeid met voetbal. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat was ik aan het voetballen. Dus mijn ouders besloten dat ik maar eens op een club moest. Maar toentertijd mocht je pas op voetballen vanaf je zevende. Toen hebben ze voor mij een andere geboortedatum bedacht en ben ik in 1970 bij PVC gaan voetballen en lid geworden. Dat ging best goed en we hebben ook wel op niveau gespeeld: we deden mee aan de landelijke jeugdcompetitie en speelden met de A1 tegen andere landelijke topteams.” 

    Metalen brace 

    En toen sloeg het noodlot toe, vertelt Michel. “In een vriendschappelijke wedstrijd op een toernooi raakte ik ernstig geblesseerd aan mijn knie en ben ik meteen door de leider van het team naar het ziekenhuis gebracht. Daar hebben ze foto’s gemaakt en kwamen ze tot de conclusie dat mijn knie zwaar gekneusd was. Ze hebben hem toen ingezwachteld, waarna ik nog een paar keer terug ben geweest voor controle. De pijn ging echter niet weg. Na heel veel fysiotherapie ben ik uiteindelijk gewoon weer gaan voetballen. ’s Ochtends voor de wedstrijd liet ik mijn knie intapen door de fysiotherapeut en zo heb ik gespeeld. Tot ik op een gegeven moment niet meer normaal kon functioneren. Ik was toen 23 jaar en werkte ondertussen. Ik moest voor mijn werk regelmatig vliegen, maar ik had een grote metalen brace om mijn been zitten en dat was superonhandig. Ik kon soms nauwelijks lopen.”  

    Nooit meer voetballen 

    Uiteindelijk besloot een arts in het ziekenhuis om de knie te ‘herconstrueren’ na hem eerst te breken, gaat hij verder. “Toen hebben ze weer foto’s gemaakt en kwamen ze erachter dat ik hem zeven jaar daarvoor gebroken had, dus niet gekneusd. Dus ik had de hele boel in die knie sindsdien kapot gemaakt. En toen snapte ik wel waarom het al die tijd zo slecht ging. Ik ben vervolgens geopereerd en de volgende dag zei de arts dat ik nooit meer een contactsport mocht beoefenen. Dus ik mocht vanaf dat moment niet meer voetballen. En voetballen was alles voor me. Toen ben ik leider geworden van het team waarin ik tot dan toe speelde. Ik kon gelukkig wel weer gewoon lopen. En van datzelfde team - in verschillende samenstellingen - ben ik nu, dertig jaar later, nog steeds leider. Dat was dan mijn voetbalcarrière. Daarna heb ik me bij PVC met van alles en nog wat willen bemoeien.”  

    Wekelijks clubblad 

    Hij deed toen al vrijwilligerswerk voor de club. “Op mijn zestiende ben ik redacteur geworden. We maakten toentertijd nog elke week een clubblad. Daarna heb ik zo’n beetje alles gedaan bij de club wat maar mogelijk was: bardiensten gedraaid, overleg met de KNVB gevoerd, verslagen geschreven, trainer geweest, noem maar op. Na de verhuizing naar het Marco van Basten Sportpark vroeg de toenmalige voorzitter Frans Vermeent me bij een biertje op vrijdagavond of ik hem wilde opvolgen. En toen ben ik voorzitter geworden. Ik was begin veertig en dat was wel bijzonder in die tijd, zo’n jonge bestuursvoorzitter van een voetbalclub. Ik kwam sowieso al op de districtsvergaderingen van de KNVB, en het viel me altijd op dat er zoveel oude mannen als voorzitter zaten, allemaal dik in de zeventig, tachtig. Dat vond ik zo gek. Toen ik me op mijn 42ste voor de eerste keer als voorzitter op zo’n districtsvergadering voorstelde, keek ook iedereen een beetje raar. Want zo’n jonge voorzitter van een voetbalclub, dat vonden ze maar gek. Belachelijk eigenlijk. Ik leidde in die tijd mijn eigen bedrijf, dus waarom zou ik dat niet ook bij een voetbalclub kunnen doen?” 

    Leegloop na de verhuizing 

    Hij betreurt het dat na de verhuizing steeds meer ‘oudgedienden’ bij de club besloten te stoppen met hun vrijwilligerswerk. “Daar kwamen aanvankelijk nog niet zo veel mensen voor terug. En toen ben ik zo’n beetje alle gaten dicht gaan lopen die bij de club ontstonden. Ik ben IT’er van beroep, dus alle IT-vraagstukken kwamen bij mij terecht: schermen in de kantine ophangen, zorgen dat er content op komt, noem maar op en langzaam maar zeker werd dat meer en meer.” 

    Verweven met gemeente 

    In zijn tijd als bestuursvoorzitter is de club steeds meer verweven geraakt met de gemeente en de KNVB, merkt hij op. ”De samenwerking tussen clubs en de gemeente is steeds intensiever geworden. Want de gemeente leunt erg op de voetbalclubs. Zij laat haar mening in hoge mate vormen door wat de clubs vragen. Dat vind ik ook goed, want uiteindelijk moet het daar ook vandaan komen. En dat zorgt ervoor dat je een heel intensieve relatie krijgt met allerlei gemeenteambtenaren, wat in sommige gevallen erg prettig en handig is. We zijn nu bijvoorbeeld met een derde veld bezig en we krijgen eigenlijk niet voldoende respons van de gemeente. Dan is het heel erg gemakkelijk als je daar dan de juiste contacten hebt. Dat helpt echt.” 

    Ervaren trainer 

    Ook veranderde het trainersbeleid onder zijn voorzitterschap. “We zaten altijd een beetje te modderen met minder ervaren trainers. Het eerste wat ik heb gedaan toen ik voorzitter werd, was een ervaren trainer binnenhalen. Dat was Hans Kozijn en die heeft ervoor gezorgd dat PVC tot vier keer toe is gepromoveerd. Dat heeft de club als geheel ook geholpen. Jongens in de oudere jeugdteams kijken heel erg naar wat het eerste elftal doet. De jongens die nu in de onder 19 staan, waren nooit bij PVC gebleven als wij nog steeds in de vijfde klasse hadden gespeeld. Dan zouden ze zeggen: hier heb ik geen toekomst. Maar nu blijven de oudere jeugdspelers graag bij de club. En dat zijn wel dingen waar ik trots op ben. Dat we dat allemaal voor elkaar hebben gekregen met zijn allen.” 

    Toekomst 

    Ondanks corona is de oud-voorzitter positief gestemd over de toekomst van de club. Hij heeft het aantal leden fors zien groeien, waaronder de jongste welpen, het derde veld is op komst en ook het animo voor vrijwilligerstaken neemt toe. “De groep vrijwilligers begint nu gelukkig weer uit te dijen. En dat heb je gewoon keihard nodig. Met veel plezier wil ik ook iedereen die bij de club komt net zo enthousiast maken als ik zelf ben. Ik heb er jarenlang zo’n dertig uur per week ingestopt en daar ben ik nooit slechter van geworden.”