Ga op dezelfde (oog)hoogte zitten als het kind. Wanneer je met meer personen bent, zorg er dan voor dat iedereen elkaar kan aankijken. In een cirkel zitten werkt het best.
Praat zoveel mogelijk vanuit jezelf: gebruik het woord ‘ik’ in je boodschap. “Ik wil…”, “Ik vind…”.
Kijk naar een kind terwijl je praat. Wissel het maken van oogcontact af.
Stel het kind (de kinderen) op zijn of haar gemak; dit kun je doen door vooraf:
het doel van het gesprek duidelijk te maken;
het kind te laten weten wat je intenties zijn;
het kind uit te nodigen zijn of haar mening te geven of vooraf vragen te stellen. Geef aan dat je fijn vindt als het kind vertelt wat zijn of haar ideeën en gevoelens zijn en dat jij die nodig hebt om te weten wat er speelt.
Wat zou je willen dat anders was? Hoe ziet dat er voor jou uit?
Wat vind je nu wel prettig en zou je willen bewaren?
Wat kunnen wij voor je doen? Wat kan ik voor je doen?
Wat kan jij anders doen? Wat heb je daarvoor nodig?
Luister naar wat een kind zegt. Vul niet in en vraag door wanneer je zijn/haar verhaal niet begrijpt. Probeer suggestieve vragen te vermijden. Stel voornamelijk open vragen (wie, wat, waar, hoe, wanneer,) en pas op met ‘waarom’-vragen. Vraag bijvoorbeeld niet: “waarom heb je voor PVC gekozen?”, maar: “wat maakt dat je voor PVC hebt gekozen?”.
Gebruik eenvoudige woorden en maak gebruik van concrete begrippen, maar probeer niet te betuttelend te zijn.
Praat tijdens het gesprek niet te snel. Wanneer je rustig praat, kan het kind de informatie gemakkelijker verwerken en creëer je rust tijdens een spannend gesprek. Laat regelmatig stiltes vallen en geef de kinderen de tijd om na te denken over een antwoord.
Luister en vat samen. Geef daarna het kind de gelegenheid om te reageren op je samenvatting en vragen te stellen.
Blijf niet te lang praten over de problemen en wat er allemaal fout ging. Ga, wanneer dat kan, op zoek naar oplossingen en benadruk positieve aspecten. Laat kinderen zelf nadenken over oplossingen. Vragen die helpend zijn:
Maak na afloop van het gesprek concrete afspraken. Zet ze op papier en sluit af door ze nogmaals voor te lezen en te vragen of het klopt en of het volledig is. Stuur de afspraken, na reactie, naar alle betrokkenen.
Soms werkt het fijn om tijdens het gesprek mee te schrijven en/of mee te tekenen. Er zijn kinderen die het fijn vinden om informatie ook te zien.
Als het een moeilijk gesprek was, geef het kind dan de kans om tot zichzelf te komen en stel het gerust met een positieve eindnoot.